direct naar inhoud van Aanwijzing 1, t.a.v. timmerbedrijf Oordeel Heikant 8
Plan: Reactieve aanwijzing tav Landbouwontwikkelingsgebied Oostflank, Baarle-Nassau
Status: vastgesteld

Aanwijzing 1, t.a.v. timmerbedrijf Oordeel Heikant 8

De bestemming "Bedrijf", inclusief de aanduiding 'bedrijfswoning' en eventuele overige aanduidingen, op het adres Oordeel Heikant 8, treedt niet in werking.

Motivering

In onze zienswijze van 26 augustus jl. hebben wij - onder het kopje 'retrospectieve toets' - onder meer vermeld dat, vanwege het ontbreken van een volledig en gedegen onderbouwd inzicht, wij in de planfase van het ontwerp niet kunnen beoordelen of de bestemmingstoedeling en omvang van onder meer niet-agrarische bestemmingen, provinciale belangen schaadt. Wij hebben daarom gevraagd dit aan te vullen.

In dit bestemmingsplan is voor het timmerbedrijf aan de straat Oordeel Heikant 8 een bestemmingsvlak opgenomen voor een niet-agrarisch bedrijf, ter plaatse van een vigerend bouwblok voor een agrarisch bedrijf.

Hoofdstuk 11 Vr
Dit hoofdstuk van de Vr bevat regels voor niet-agrarische ruimtelijke ontwikkelingen buiten bestaand stedelijk gebied. Regels voor niet-agrarische bedrijvigheid zijn opgenomen in artikel 11.6 en verder. Artikel 11.6 bevat een basisregeling, artikelen 11.7 en verder bevatten aanvullende c.q. afwijkende mogelijkheden voor specifieke activiteiten. Een timmerbedrijf valt onder de basisregeling van artikel 11.6 Vr.

In de retrospectieve toets is onder meer opgenomen dat een milieuvergunning is verleend. Dit is echter niet gelijk te stellen met een planologisch-juridische procedure voor de vestiging van dit bedrijf. Nu er naar aanleiding van onze zienswijze geen andersluidende informatie naar voren is gebracht, constateren wij dat dit bestemmingsplan de planologisch-juridische procedure vormt voor het vastleggen van deze nieuwe ruimtelijke ontwikkeling en beoordeeld moet worden aan de hand van artikel 11.6 lid 1 Vr.

In artikel 11.6 is echter aangegeven dat landbouwontwikkelingsgebieden zijn uitgesloten voor een zogenaamde VAB-vestiging. Tevens bestaat strijdigheid met het bepaalde in artikel 11.6 lid 1 sub a, b, c, g en h. De omvang van het bestemmingsvlak is namelijk niet beperkt tot maximaal 5000m² en een timmerbedrijf behoort niet tot een bedrijf met milieucategorie 1 of 2. Verder bevatten de stukken (raadsbesluit, toelichting, Nota van zienswijze) geen verantwoording dat in dit geval is verzekerd dat overtollige bebouwing wordt gesloopt zoals artikel 11.6 lid 1 sub 'b' voorschrijft. Verder overwegen wij dat de inrichting van het bestemmingsvlak geen gunstige verhouding tussen bruto en netto ruimtebeslag bevordert, nu de maximaal toegelaten bebouwing qua omvang circa 20% van het bestemmingsvlak “Bedrijf” - met een omvang van circa 7200m² - bedraagt. Voorts achten wij dat er geen sprake is van een bebouwingspercentage dat passend is bij de aard van de omgeving en de beoogde ontwikkeling.

Om deze redenen is de bestemming “Bedrijf”, strijdig met de Vr artikel 11.6 lid 1 en voorts artikel 11.6 lid 1 onder sub a, b, c, g en h.

Hoofdstuk 2 Vr
Daarnaast wijzen wij erop dat er geen toepassing is gegeven aan artikel 2.1 en artikel 2.2 van de Vr, hetgeen ook een reden is om voor dit adres een aanwijzing te geven.

Op grond van artikel 2.1 Vr dient elke ruimtelijke ontwikkeling gepaard te gaan met zorgvuldig ruimtegebruik.

Ten opzichte van het ontwerpplan, zijn thans geen bouwvlakken meer opgenomen. Bij gebrek aan (een) bouwvlak(ken), kan bebouwing verspreid over het gehele bestemmingsvlak worden opgericht. Dit klemt te meer nu de noodzaak van een bestemmingsvlak met een omvang van circa 7200m2 niet is aangegeven. Hierdoor bestaat strijdigheid met het principe van zorgvuldig ruimtegebruik.

Daarnaast dient op grond van artikel 2.2 Vr elke ruimtelijke ontwikkeling gepaard te gaan met een aantoonbare en uitvoerbare verbetering van de aanwezige en potentiële kwaliteiten van bodem, water, natuur, landschap of cultuurhistorie of van de extensieve recreatieve mogelijkheden van het gebied waarop de ontwikkeling haar werking heeft of van het gebied waarvan de gemeente de voorgenomen ontwikkeling in hoofdlijnen heeft beschreven.

Aangezien met de omzetting van een agrarisch bouwblok naar de bestemming “Bedrijf”, sprake is van een ruimtelijke ontwikkeling en bij de vaststelling niet is voorzien in kwaliteitsverbetering als bedoeld in artikel 2.2 Vr is er op dit punt sprake van strijd met de Vr.