direct naar inhoud van Aanwijzing 11, t.a.v. afwijking van de bouwregels
Plan: Reactieve aanwijzing tav Landbouwontwikkelingsgebied Oostflank, Baarle-Nassau
Status: vastgesteld

Aanwijzing 11, t.a.v. afwijking van de bouwregels

Artikel 3.3 lid 2 treedt niet in werking.

Motivering

Artikel 3.3. lid 2 maakt de bouw van schuilgelegenheden (onder voorwaarden) mogelijk.

Ondanks onze zienswijze van 26 augustus jl. is deze bouwmogelijkheid gehandhaafd in de planregels. In de Nota van Zienswijzen is opgenomen dat uit jurisprudentie zou blijken dat de Vr geen verbod bevat om dergelijke bebouwing op te richten. Naar aanleiding van een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarbij een reactieve aanwijzing onzerzijds het bestemmingsplan “Buitengebied 2008” op dit punt is vernietigd, hebben wij beroep aangetekend tegen dit planonderdeel van het (opnieuw) ter inzage gelegde bestemmingsplan.

Hoofdstuk 1 Vr
Voor beoordeling van deze bepaling is van belang, dat in artikel 1.1 onder 19 een definitie opgenomen van een bouwblok: aaneengesloten terrein waarbinnen gebouwen, bijbehorende bouwwerken en andere voorzieningen ten behoeve van eenzelfde bestemming worden geconcentreerd. Hieruit blijkt dat bovenstaande permanente bouwwerken binnen een bouwblok gerealiseerd dienen te worden.

Hoofdstuk 2 Vr
Bovengenoemde planregel is in strijd met artikel 2.1 lid 2a van de Vr. Daarin staat dat het principe van zorgvuldig ruimtegebruik in ieder geval inhoudt dat bij een ruimtelijke ontwikkeling is verzekerd dat gebruik wordt gemaakt van een bestaand bestemmingsvlak of bouwblok waarbinnen het geldend bestemmingsplan het bouwen van gebouwen en bouwwerken toestaat.

Hoofdstuk 8 Vr
Het toelaten van schuilgelegenheden buiten het bouwblok is ook in strijd met hoofdstuk 8van de Vr. In artikel 8.3, lid 1 onder d is namelijk bepaald dat gebouwen, bijbehorende bouwwerken en voorzieningen ten behoeve van het agrarisch bedrijf worden geconcentreerd binnen het bouwblok.

Hoofdstuk 9 Vr
Het gegeven dat alle voorzieningen binnen een (detail-)bestemmingsvlak dienen te worden ondergebracht is ook relevant voor de bepalingen in artikel 9.4 (en 9.4 nieuw). Hierin zijn immers regels opgenomen voor de maximum omvang van een bestemmingsvlak voor een intensieve veehouderij. Door het toelaten van deze bouwwerken buiten het bestemmingsvlak wordt intensieve veehouderijen indirect extra bouwmogelijkheden geboden. Wij achten ook dit in strijd met de Vr.