direct naar inhoud van Aanwijzing 16, t.a.v. wijzigingsbevoegdheid naar Bedrijf - agrarisch technisch hulpbedrijf en Bedrijf - agrarisch verwant
Plan: Reactieve aanwijzing tav Landbouwontwikkelingsgebied Oostflank, Baarle-Nassau
Status: vastgesteld

Aanwijzing 16, t.a.v. wijzigingsbevoegdheid naar Bedrijf - agrarisch technisch hulpbedrijf en Bedrijf - agrarisch verwant

Artikellid 4.6.3 treedt niet in werking.

Motivering

In artikel 4.6.3 is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen voor de omzetting van een bestemmingsvlak voor agrarische bedrijvigheid naar een bestemmingsvlak voor semi-agrarische bedrijvigheid. In onze zienswijze van 26 augustus jl. hebben wij - onder het kopje 'Thema Bevordering van ruimtelijke kwaliteit' - onder meer vermeld dat “de principes van zorgplicht voor ruimtelijke kwaliteit en kwaliteitsverbetering van het landschap in zijn algemeenheid in het bestemmingsplan niet als uitgangspunt zijn betrokken bij de in het plan opgenomen ruimtelijke ontwikkelingen ten aanzien van agrarische en niet-agrarische functies”. Verder hebben wij aangegeven dat “het feit dat het een LOG betreft niet betekent, dat geen uitvoering moet worden gegeven aan kwaliteitsverbetering van het landschap”. In de Nota van Zienswijze wordt onder meer aangegeven dat de uitbreidingsmogelijkheden binnen de bestemmingsvlakken voor niet-agrarische bedrijven is beperkt tot 15% van de bestaande bebouwing. De bestemmingsvlakken zijn zo gekozen dat deze voorzien in de behoefte van deze bedrijven. Gelet op de geringe impact van de ontwikkeling, wordt het plan niet aangepast naar aanleiding van de onzerzijds ingediende zienswijze op dit punt.

Hoofdstuk 2 Vr-zorgvuldig ruimtegebruik
Op grond van artikel 2.1 Vr dient elke ruimtelijke ontwikkeling gepaard te gaan met zorgvuldig ruimtegebruik. In artikel 4.6.3 sub i is bepaald dat het bestemmingsvlak na wijziging maximaal 1,5 hectare mag bedragen. Voor gevallen dat er in de nieuwe situatie (van een semi-agrarisch bedrijf) geen behoefte bestaat aan een bestemmingsvlak dat van gelijke grootte is als het vigerende agrarische bouwblok, ontbreekt een criterium in de wijzigingsbepalingen, dat alsdan verkleining van het vigerende agrarische bouwblok voorschrijft. Bovendien ontbreekt de bijbehorende wijzigingsbevoegdheid waarbij voor een dergelijke verkleining een deel van het bestemmingsvlak in een gebiedsbestemming kan worden omgezet. De regels geven dan ook onvoldoende invulling aan het principe van zorgplicht voor ruimtelijke kwaliteit. Aldus bestaat strijdigheid met artikel 2.1 Vr.

Hoofdstuk 2 Vr-verbetering ruimtelijke kwaliteit
Daarnaast dient op grond van artikel 2.2 Vr elke ruimtelijke ontwikkeling gepaard te gaan met een aantoonbare en uitvoerbare verbetering van de aanwezige en potentiële kwaliteiten van bodem, water, natuur, landschap of cultuurhistorie of van de extensieve recreatieve mogelijkheden van het gebied waarop de ontwikkeling haar werking heeft of van het gebied waarvan de gemeente de voorgenomen ontwikkeling in hoofdlijnen heeft beschreven.

De gemeenteraad heeft in de Nota van Zienswijze aangegeven dat hij toepassing van artikel 2.2 Vr o.a. niet aan de orde vindt, omdat de wijzigingsbevoegdheid een geringe impact zou hebben.
In artikel 4.6.3 sub i is bepaald dat het bestemmingsvlak na wijziging maximaal 1,5 hectare mag bedragen. Wij constateren dat er agrarische bouwblokken zijn met een omvang die kleiner is dan 1,5 hectare. Voor zover artikel 4.6.3 impliciet regelt dat bij een bestemmingswijziging voor dergelijke agrarische bedrijven ook de omvang van het bestemmingsvlak kan toenemen tot maximaal 1,5 hectare, stellen wij vast dat er geen sprake is van een regeling met een geringe impact en hoort toepassing van 2.2.Vr als voorwaarde voor de wijziging uitgangspunt te zijn. Het gemeentebestuur heeft vervolgens bij de daadwerkelijke toepassing daarvan ruimte voor maatwerk passend bij de impact van de wijziging in het individuele geval.

Nu bij de vaststelling niet is voorzien in het opnemen van de voorwaarde tot kwaliteitsverbetering als bedoeld in artikel 2.2 Vr is er op dit punt sprake van strijd met de Vr.