direct naar inhoud van Aanwijzing 22, t.a.v. wijzigingsbevoegdheid naar Wonen
Plan: Reactieve aanwijzing tav Landbouwontwikkelingsgebied Oostflank, Baarle-Nassau
Status: vastgesteld

Aanwijzing 22, t.a.v. wijzigingsbevoegdheid naar Wonen

Artikellid 8.5.1 treedt niet in werking.

Motivering

Hoewel in principe op basis van 'Aanwijzing 21' de regels bij de bestemming 'Horeca' in het geheel niet in werking treden, constateren wij dat er voor delen van de regels ook nog andere, zelfstandige redenen zijn om een aanwijzing te geven. Dit komt dan ook tot uiting in deze aanwijzing.

In artikel 8.5.1 is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen voor de omzetting van een horecabestemming naar wonen (burgerwoning). In onze zienswijze van 26 augustus jl. hebben wij - onder het kopje 'Thema Bevordering van ruimtelijke kwaliteit' - onder meer vermeld dat “de principes van zorgplicht voor ruimtelijke kwaliteit en kwaliteitsverbetering van het landschap in zijn algemeenheid in het bestemmingsplan niet als uitgangspunt zijn betrokken bij de in het plan opgenomen ruimtelijke ontwikkelingen ten aanzien van agrarische en niet-agrarische functies”. Verder hebben wij aangegeven dat “het feit dat het een LOG betreft niet betekent, dat geen uitvoering moet worden gegeven aan kwaliteitsverbetering van het landschap”. In de Nota van Zienswijzen is onder meer vermeld dat gelet op de geringe impact van de ontwikkeling, het plan niet wordt aangepast naar aanleiding van de onzerzijds ingediende zienswijze op dit punt.

Hoofdstuk 2 Vr
Op grond van artikel 2.2 Vr dient elke ruimtelijke ontwikkeling gepaard te gaan met een aantoonbare en uitvoerbare verbetering van de aanwezige en potentiële kwaliteiten van bodem, water, natuur, landschap of cultuurhistorie of van de extensieve recreatieve mogelijkheden van het gebied waarop de ontwikkeling haar werking heeft of van het gebied waarvan de gemeente de voorgenomen ontwikkeling in hoofdlijnen heeft beschreven.

De hiervoor beschreven mogelijkheid tot omzetting van de bestemming “Horeca” naar “Wonen” achten wij geen regeling met een geringe impact en voor deze relevante ruimtelijke ontwikkelingen hoort toepassing van 2.2.Vr als voorwaarde voor de wijziging uitgangspunt te zijn. Het gemeentebestuur heeft vervolgens bij de daadwerkelijke toepassing daarvan ruimte voor maatwerk passend bij de impact van de wijziging in het individuele geval.
Nu bij de vaststelling niet is voorzien in het opnemen van de voorwaarde tot kwaliteitsverbetering als bedoeld in artikel 2.2 Vr is er op dit punt sprake van strijd met de Vr.