direct naar inhoud van Aanwijzing 24, t.a.v. wijzigingsbevoegdheid naar Wonen
Plan: Reactieve aanwijzing tav Landbouwontwikkelingsgebied Oostflank, Baarle-Nassau
Status: vastgesteld

Aanwijzing 24, t.a.v. wijzigingsbevoegdheid naar Wonen

Artikellid 10.5.1 treedt niet in werking.

Motivering

In artikel 10.5.1 is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen voor de omzetting van een sportbestemming naar wonen (burgerwoning). In onze zienswijze van 26 augustus jl. hebben wij - onder het kopje 'Thema Bevordering van ruimtelijke kwaliteit' - onder meer vermeld dat “de principes van zorgplicht voor ruimtelijke kwaliteit en kwaliteitsverbetering van het landschap in zijn algemeenheid in het bestemmingsplan niet als uitgangspunt zijn betrokken bij de in het plan opgenomen ruimtelijke ontwikkelingen ten aanzien van agrarische en niet-agrarische functies”. Verder hebben wij aangegeven dat “het feit dat het een LOG betreft niet betekent, dat geen uitvoering moet worden gegeven aan kwaliteitsverbetering van het landschap”. In de Nota van Zienswijzen is onder meer vermeld dat gelet op de geringe impact van de ontwikkeling, het plan niet wordt aangepast naar aanleiding van de onzerzijds ingediende zienswijze op dit punt.

Hoofdstuk 2 Vr-zorgvuldig ruimtegebruik
Op grond van artikel 2.1 Vr dient elke ruimtelijke ontwikkeling gepaard te gaan met zorgvuldig ruimtegebruik. In de wijzigingsbepalingen missen wij een criterium dat verkleining van het vigerende bestemmingsvlak voorschrijft. Nu niet in een dergelijke verkleining wordt voorzien, geeft het plan onvoldoende invulling aan het principe van zorgplicht voor ruimtelijke kwaliteit. Bovendien ontbreekt ook de daarvoor noodzakelijke wijzigingsbevoegdheid waarbij voor een dergelijke verkleining een deel van het bestemmingsvlak in een gebiedsbestemming kan worden omgezet. Aldus bestaat strijdigheid met artikel 2.1 Vr.

Hoofdstuk 2 Vr-verbetering ruimtelijke kwaliteit
Op grond van artikel 2.2 Vr dient elke ruimtelijke ontwikkeling gepaard te gaan met een aantoonbare en uitvoerbare verbetering van de aanwezige en potentiële kwaliteiten van bodem, water, natuur, landschap of cultuurhistorie of van de extensieve recreatieve mogelijkheden van het gebied waarop de ontwikkeling haar werking heeft of van het gebied waarvan de gemeente de voorgenomen ontwikkeling in hoofdlijnen heeft beschreven.

De hiervoor beschreven mogelijkheid tot omzetting van de bestemming “Sport - manege” naar “Wonen” achten wij geen regeling met een geringe impact en voor deze relevante ruimtelijke ontwikkelingen hoort toepassing van 2.2.Vr als voorwaarde voor de wijziging uitgangspunt te zijn. Het gemeentebestuur heeft vervolgens bij de daadwerkelijke toepassing daarvan ruimte voor maatwerk passend bij de impact van de wijziging in het individuele geval.