direct naar inhoud van Aanwijzing 25, t.a.v. afwijking bouwregels
Plan: Reactieve aanwijzing tav Landbouwontwikkelingsgebied Oostflank, Baarle-Nassau
Status: vastgesteld

Aanwijzing 25, t.a.v. afwijking bouwregels

Artikellid 13.3 sub a treedt niet in werking.


Motivering

In artikel 13.3 sub a is een afwijkingsregeling opgenomen voor de vergroting van de maximale inhoudsmaat van 600m³ van woningen die van de aanduiding '-cw' zijn voorzien. Een grotere inhoudsmaat dan 600m³ is mogelijk indien de vergroting leidt tot behoud, herstel of vergroting van de cultuurhistorische waarden. De vergroting is niet aan een maximum gebonden.


In onze zienswijze van 26 augustus jl. hebben wij - onder het kopje 'Thema Bevordering van ruimtelijke kwaliteit' - onder meer vermeld dat "de principes van zorgplicht voor ruimtelijke kwaliteit en kwaliteitsverbetering van het landschap in zijn algemeenheid in het bestemmingsplan niet als uitgangspunt zijn betrokken bij de in het plan opgenomen ruimtelijke ontwikkelingen ten aanzien van agrarische en niet-agrarische functies". Voorts hebben wij in onze zienswijze onder het subkopje 'Burgerwoningen' bij het 'Thema niet-agrarische ontwikkelingen buiten bestaand stedelijk gebied', verzocht om de onderhavige regeling aan te passen aan artikel 11.1, lid 4 van de Vr. Op grond van deze bepaling wordt een verantwoording vereist dat het plan de nodige voorwaarden bevat om een goede landschappelijke inpassing van de woningvergroting te verzekeren, onverlet het bepaalde in artikel 2.2 Vr in verband met de kwaliteitsverbetering van het landschap. In de Nota van Zienswijzen staat vermeld dat het gaat om bestaande panden waardoor de eis van landschappelijke inpassing niet aan de orde is.


Hoofdstuk 2 Vr
Op grond van artikel 2.2 Vr dient elke ruimtelijke ontwikkeling gepaard te gaan met een aantoonbare en uitvoerbare verbetering van de aanwezige en potentiële kwaliteiten van bodem, water, natuur, landschap of cultuurhistorie of van de extensieve recreatieve mogelijkheden van het gebied waarop de ontwikkeling haar werking heeft of van het gebied waarvan de gemeente de voorgenomen ontwikkeling in hoofdlijnen heeft beschreven. Ook overwegen wij dat het begrip 'cultuurhistorische waarden' in de planregeling niet is geconcretiseerd en dat de regeling onbepaald is vanwege het ontbreken van een maximale maatvoering na vergroting. Overigens zien wij niet in, dat een vergroting (onvoorwaardelijk) kan leiden kan verhoging van cultuurhistorische waarden.

Een regeling die de mogelijkheid biedt om bestaande woningen onbeperkt uit te breiden is te beschouwen als een regeling met een aanzienlijke impact en dus hoort toepassing van 2.2.Vr als voorwaarde voor vergroting van de woning uitgangspunt te zijn. Het gemeentebestuur heeft vervolgens bij de daadwerkelijke toepassing daarvan ruimte voor maatwerk passend bij de impact van de woningvergroting in het individuele geval.
Nu bij de vaststelling niet is voorzien in het opnemen van de voorwaarde tot kwaliteitsverbetering als bedoeld in artikel 2.2 Vr is er op dit punt sprake van strijd met de Vr.


Hoofdstuk 11 Vr
Op grond van artikel 11.1 lid 4 dient de toelichting van een bestemmingsplan dat voorziet in vergroting van woningen, voorwaarden te bevatten ter verzekering van een goede landschappelijke inpassing, onverlet het bepaalde in artikel 2.2 Vr. Nu deze voorwaarden in het bestemmingsplan ontbreken, bestaat strijdigheid met artikel 11.1 lid 4 van de Vr.

Hoofdstuk 11 Vr, in procedure zijnde actualisatie
In het ontwerp van de 'Wijziging Verordening ruimte, actualisatie - 1' is een aangepaste tekst voor artikel 11.1 opgenomen. Hieruit blijkt dat 'onverlet het bepaalde in artikel 2.2 Vr' vervangen zal worden door 'overeenkomstig het bepaalde in artikel 2.2 Vr'. Hiermee komt tot uitdrukking dat de landschappelijke inpassing niet extra bovenop de ruimtelijke kwaliteitsverbetering hoeft te komen, maar dat deze landschappelijke inpassing een concreet voorgeschreven vorm van ruimtelijke kwaliteitsverbetering is en dus ingebracht kan worden bij de kwaliteitsverbetering artikel 2.2 Vr. Dit houdt in dat ook na inwerkingtreding van de actualisatie de eis van artikel 2.2 Vr c.q. een goede landschappelijke inpassing gesteld dient te worden bij vergroting van woningen. Ook dan is de opgenomen in regeling in strijd met artikel 11.1 en worden onze provinciale belangen onvoldoende geborgd.