direct naar inhoud van Aanwijzing 8, t.a.v. wro-zones - wijzigingsgebied uitbreiding intensieve veehouderij
Plan: Reactieve aanwijzing tav Landbouwontwikkelingsgebied Oostflank, Baarle-Nassau
Status: vastgesteld

Aanwijzing 8, t.a.v. wro-zones - wijzigingsgebied uitbreiding intensieve veehouderij

De aanduidingen 'wro-zone - wijzigingsgebied uitbreiding intensieve veehouderij' treden niet in werking.

Motivering

In het plan is op een vijftal locaties de aanduiding 'wro-zone - wijzigingsgebied uitbreiding intensieve veehouderij' opgenomen. Dit leidt ertoe, dat op deze plaatsen gebruik gemaakt kan worden van een wijzigingsbevoegdheid voor het vergroten van een bestemmingsvlak voor een intensieve veehouderij. Deze is opgenomen in 3.5.3 van de regels.

Artikel 3.5.3 is gewijzigd vastgesteld. Onder meer zijn ten opzichte van het ontwerp-plan de leden 'a' en 'c' gewijzigd. In lid 'a', waarin de specifieke ontheffing op grond van artikel 9.6 Vr was genoemd, is nu een algemene bewoording opgenomen dat “ten behoeve van de uitbreiding is een ontheffing verleend door Gedeputeerde Staten ….”. In lid 'c' is het percentage van het bestemmingsvlak dat uit afschermend groen dient te bestaan, verlaagd van 20% naar 10%. Er is aldus sprake van een gewijzigd vastgesteld planonderdeel.

Hoofdstuk 9 Vr, geldend
Artikel 3.5.3 biedt de mogelijkheid om het agrarisch bouwblok voor intensieve veehouderijen uit te breiden tot een omvang die groter is dan 1,5 hectare. In dit artikel is onder sub 'c' onder meer opgenomen dat 10% van het bestemmingsvlak dient te bestaan uit afschermend groen. Onder sub 'a' is opgenomen dat er een ontheffing onzerzijds moet zijn verleend. Door deze algemene verwoording, komen een tweetal artikelen van de Vr in beeld waarin ontheffingen voor uitbreiding van intensieve veehouderijen zij opgenomen.

Voor een ontheffing op basis van artikel 9.4, lid 4 Vr geldt dat volgens artikel 9.4, lid 5 Vr, ten minste 15% van het bouwblok wordt aangewend voor een goede landschappelijke inpassing. Voor een ontheffing op basis van artikel 9.6 Vr bestaat een plicht tot landschappelijke inpassing van ten minste 20% van het bouwblok.

Nu voor ons geen mogelijkheid bestaat om door een aanwijzing het percentage landschappelijke inpassing te corrigeren, rest ons geen andere optie dan de wijzigingsregeling niet in werking te laten treden vanwege strijdigheid met de artikelen 9.4 en 9.6.

Daarnaast merken wij op, dat recente jurisprudentie aangeeft dat een voorschrift in een flexibiliteitsbepaling met betrekking tot het vereiste van een – buitenplanse - ontheffing op basis van een ruimtelijke verordening niet geoorloofd is.

Hoofdstuk 9 Vr, in procedure zijnde actualisatie
In het ontwerp van de 'Wijziging Verordening ruimte, actualisatie - 1', is in artikel 9.4 lid 1, de maximale omvang van een bouwblok voor een intensieve veehouderij gesteld op 1,5 hectare en de mogelijkheid van ontheffingen verwijderd.
Dit houdt in dat de wijzigingsbepalingen ook mogelijkheden biedt voor vergroting tot een omvang die in strijd is met toekomstige regeling. Bovendien is na het vervallen van de ontheffingsplicht een borging van de juiste omvang van de landschappelijke inpassing in het bestemmingsplan helemaal onontbeerlijk. Met het vervallen van de ontheffing vervalt immers ook de mogelijkheid om daaraan eventueel nog een juist voorschrift voor landschappelijke inpassing te verbinden.