direct naar inhoud van Toelichting
vastgesteld

Toelichting

Hoofdstuk 1 Het gemeentelijk plan

1.1 Beschrijving van het plan

De gemeenten Best, Eindhoven en Oirschot hebben de bestemmingsplannen “Weginfrastructuur omgeving Eindhoven Noordwest” in procedure gebracht. De plangebieden liggen in de nabijheid van Eindhoven Airport en omliggende economisch belangrijke functies. In de plannen is een wijziging van de begrenzing van het Natuur Netwerk Brabant (hierna: NNB) voorzien ten opzichte van het NNB zoals opgenomen in de Verordening ruimte (hierna: Verordening). De bestemmingsplannen beogen een planologisch-juridische regeling voor de aanleg en aanpassing van weginfrastructuur in het noordwestelijk deel van de gemeente Eindhoven en de aangrenzende delen van de gemeenten Best en Oirschot. De nieuwe weginfrastructuur is noodzakelijk voor verbetering van de bereikbaarheid van economisch belangrijke functies zoals Eindhoven Airport en nabij gelegen werk- en woongebieden.

1.2 Afwijking van geldende Verordening ruimte

Diverse onderdelen van de nieuwe en aangepaste weginfrastructuur liggen binnen de structuur NNB. Op grond van de Verordening is de realisering van die delen van de weginfrastructuur in het NNB uitgesloten.

In de ontwerpplannen is daarom in een wijziging in het Natuur Netwerk Brabant (NNB) voorzien ten opzichte van de structuur zoals op dat moment opgenomen in de Verordening ruimte.
Dit is gebaseerd op mogelijkheden die de Verordening ruimte bevat voor aanpassing van grenzen ten behoeve van bestemmingsplannen. Meer informatie hierover is opgenomen in Hoofdstuk 3 Verordening ruimte.

Hoofdstuk 2 Herbegrenzing voor de plannen Weginfrastructuur omgeving Eindhoven-Noordwest, Oirschot en Best

2.1 Procedure

Het voornemen om ons te verzoeken de grenzen van de structuur 'Natuur Netwerk Brabant' (NNB) in de Verordening ruimte voor de gemeentelijke plannen aan te passen heeft samen met de gemeentelijke ontwerpplannen ter inzage gelegen van 19 januari 2017 tot en met 1 maart 2017. Gedurende deze termijn was het mogelijk te reageren op het aanpassen van de Verordening ruimte.

Er is één reactie ingezonden tegen deze wijziging van de begrenzingen in de Verordening ruimte.

2.2 Oordeel t.a.v. verzoek tot herbegrenzing

Wij hebben besloten over te gaan tot het aanpassen van de begrenzingen in de Verordening ruimte ten behoeve van de bestemmingsplannen.

In de volgende paragrafen gaan wij hier verder op in.

2.3 Overwegingen t.a.v. vereisten voor wijziging

2.3.1 Wijzigingen door aanpassing infrastructuur

In de bestemmingsplannen en de daaraan ten grondslag liggende stukken wordt gemotiveerd dat het realiseren en aanpassen van de weginfrastructuur in de omgeving van Eindhoven Noordwest van groot openbaar belang is, dat alternatieven buiten het NNB niet voorhanden zijn en er geen andere oplossingen zijn waardoor aantasting van het NNB wordt voorkomen. Verder hebben wij de mitigerende maatregelen en het compensatieplan in samenhang beoordeeld; wij achten deze maatregelen en het plan aanvaardbaar. Daarbij is van belang dat het compensatieplan voldoet aan de voorwaarden zoals gesteld in de artikelen 5.6 en 5.7 van de Verordening en dat realisering ervan planologisch-juridisch is geborgd in de planregels van de bestemmingsplannen. Het bestaande NNB dat in de plangebieden verloren gaat wordt door de beoogde inrichting van de ecologische verbindingszone voldoende gecompenseerd.

2.3.2 Correctie

Op grond van artikel 36.4 van de Verordening kan de begrenzing van het NNB worden aangepast indien sprake is van een kennelijke onjuistheid en/of deze niet overeenkomt met het vigerende bestemmingsplan.

Ten aanzien van enkele planlocaties is geconstateerd dat delen van bestaande wegen en andere vormen van bestaand niet-natuurlijk grondgebruik, op de kaarten van de Verordening zijn aangeduid als NNB. Gelet op de geldende bestemmingen had hier geen NNB op de kaart van de Verordening opgenomen moeten zijn. Daarom moet het NNB voor zover deze samenvalt met voornoemde delen van bestaande wegen en andere vormen van bestaand niet-natuurlijk grondgebruik, op grond van artikel 36.4, 2e lid van de Verordening verwijderd worden. Omdat hier sprake is van een fout in de Verordening, hoeft hiervoor geen compensatie plaats te vinden.

2.3.3 Natuurcompensatie ter realisering van een ecologische verbindingszone (evz)

De gemeenten Eindhoven, Oirschot en Best kiezen ervoor om de compensatieopgave die voorkomt uit het project voor de infrastructuur ten noordwesten van Eindhoven, uit te voeren op percelen van een ecologische verbindingszone. De gronden zijn hier al aangewezen als 'Natuur Netwerk Brabant – ecologische verbindingszone' maar er moet nog daadwerkelijk natuur worden gerealiseerd. De ontwikkeling van natuur op deze gronden komt nu tot stand door de natuurcompensatie voor de bestemmingsplannen 'Weginfrastructuur omgeving Eindhoven-Noordwest, Oirschot en Best' op deze percelen uit te voeren.

2.4 Overwegingen t.a.v. ingekomen reactie

Er is bij de gemeente een zienswijze ingediend die mede gericht is tegen het voorgenomen verzoek tot aanpassing van het NNB in de Verordening ruimte.

Wij beschouwen de zienswijzen van mr. W. Krijger (Krijger Advies) namens de heren P.J.J. en J.A.F. Bogers mede als inspraakreactie gericht tegen de herbegrenzing van het NNB als gevolg van de in de bestemmingsplannen opgenomen nieuwe wegenstructuur. Deze reactie hebben wij betrokken bij onze besluitvorming tot herbegrenzing van de NNB-structuur.

De ingediende reactie wordt hierna samengevat weergegeven. Dit betekent niet, dat onderdelen die niet expliciet worden genoemd, niet bij onze overwegingen zijn betrokken. De reactie wordt in zijn geheel beoordeeld.

Samenvatting reactie

  • a. Ontbreken ruimtelijke keuze en afwegingen voor herbegrenzing
    De keuze van de variant lijkt sec een berekening van de omvang van de compensatie en is slechts een financiële benadering.

  • b. Redelijke mate van zekerheid besluit tot herbegrenzing
    De ontwerp-bestemmingsplannen zijn ter inzage gelegd terwijl een redelijke mate van zekerheid ontbrak over positieve besluitvorming door de provincie over herbegrenzing van het NNB.

Overwegingen
De gemeenten hebben bij de aanvraag om herbegrenzing de ''Nota van zienswijzen behorende bij het verzoek tot wijziging van het Natuur Netwerk Brabant met toepassing van het ' nee-tenzij principe' ten behoeve van het bestemmingsplan 'Weginfrastructuur omgeving Eindhoven-Noordwest, Oirschot en Best” meegestuurd. Wij constateren dat in deze Nota de ingebrachte zienswijzen - die betrekking hebben op de herbegrenzing van het NNB zijn beantwoord.

Aanvullend merken wij het volgende op.

Ad a. Ruimtelijke keuze en afwegingen

Op grond van artikel 5.3 van de Verordening dient een verzoek om herbegrenzing onder meer vergezeld te gaan met een onderzoek van alternatieven dan wel andere oplossingen waarmee aantasting van het NNB wordt voorkomen. Wij constateren dat voor de plannen een MER is opgesteld. Deze heeft samen met de ontwerp-bestemmingsplannen ter inzage gelegen. Deze plannen zijn ter inzage gelegd nadat de commissie MER positief heeft geadviseerd over de MER-aanvulling. Deze aanvulling alsook het advies van de commissie MER gaf geen reden om tot heroverweging van de gemaakte keuzes met betrekking tot de voorkeursvariant over te gaan. Naar aanleiding van vragen van de Commissie MER is ook een natuurtoets uitgevoerd. Hierin is aanvullende informatie opgenomen over de effecten van de ontwikkeling van Brainport Park als geheel (inclusief weginfrastructuur) op natuurwaarden. De Natuurtoets leidde ook niet tot wijziging van de principekeuze voor de infrastructuur. Gelet op voorgaande zijn wij van mening dat uit de onderzoeken ten behoeve van de gemaakte ruimtelijke keuze voor de infrastructuur blijkt dat er geen alternatieve locaties voorhanden zijn buiten het NNB ter plaatse.

In de zienswijze wordt verwezen naar de financiële benadering van de compensatie. Hoewel de hoogte van de compensatie niet ter discussie wordt gesteld merken wij het volgende op. In de toelichting en bijlagen van de bestemmingsplannen wordt duidelijk aangegeven welke natuurwaarden verloren gaan als gevolg van de nieuwe wegen en bijbehorende voorzieningen en hoe deze worden gecompenseerd. Verder merken wij op dat door uitvoering van de compensatie, de functie van de ecologische verbindingszone van het Beatrixkanaal wordt versterkt. Verder zal door de inrichting van het Beatrixpark als stapsteen voor de ecologische verbindingszone een robuuster karakter ontstaan. Dit zal tot meer variatie leiden en er worden tevens geschikte corridors gerealiseerd, wat een meerwaarde heeft voor bepaalde soortgroepen. Wij concluderen dat de natuurcompensatie voldoet aan de regels die daarover zijn opgenomen in de Verordening ruimte.

Ad b. Redelijke mate van zekerheid

Wij constateren dat de gevoerde procedure voor de herbegrenzing voldoet aan de bepalingen die daarvoor in de Verordening zijn opgenomen. Het verzoek om herbegrenzing maakt volgens de Verordening onderdeel uit van de procedure van de bestemmingsplannen waardoor een bundeling van rechtsmiddelen ontstaat. Daarbij beoordelen wij zelfstandig of aan de Verordening, in dit geval de artikelen 5.3, 5.6 en 5.7, wordt voldaan. De redelijke mate van zekerheid is niet aan de orde omdat gemeenten de bevoegdheid bezitten om bestemmingsplanprocedures te starten en om bij ons een verzoek voor herbegrenzing in te dienen. Voorzover het gaat om de uitvoerbaarheid van het plan (en het voldoen aan de eisen van de Wet Natuurbescherming) dienen de gemeenten in het plan daarover een verantwoording op te nemen. Dit laatste staat los van het verzoek om herbegrenzing.

Samengevat komen wij tot de conclusie dat de ingebrachte reactie geen aanleiding is om het verzoek om herbegrenzing af te wijzen.

Hoofdstuk 3 Verordening ruimte

De Verordening ruimte 2014 bestaat uit kaartmateriaal en regels die onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden in een digitaal plan. Dit digitale plan kan in een kaartviewer in een internetbrowser bekeken en geraadpleegd worden. Een klik op de kaart maakt duidelijk welke structuren en aanduidingen met bijbehorende regels op die locatie gelden. Dit samenspel tussen kaarten en regels bepaalt welke normen een gemeente voor een bepaalde locatie moet hanteren bij het maken van een bestemmingsplan of bij het verlenen van een omgevingsvergunning die afwijkt van het geldende bestemmingsplan.
De kaarten maken dus deel uit van die normen en een wijziging van de kaarten betekent dat voor die locatie een andere norm gaat gelden. Bijvoorbeeld in plaats van de regels voor het gemengd landelijk gebied worden regels voor bestaand stedelijk gebied van toepassing.

Geen beroep tegen wijziging

Het is niet mogelijk in beroep te gaan tegen "algemeen verbindende voorschriften". Het gaat dan om wetten- en andere officiële regels, waaronder ook de provinciale Verordening ruimte valt. Ook tegen deze wijziging van de Verordening ruimte is daarom geen beroep mogelijk.

3.1 Bevoegdheid aanpassing grenzen

Omdat een gemeente bij het vaststellen van een bestemmingsplan de Verordening in acht moet nemen, zou het zonder aanpassingen van de kaart van de verordening niet mogelijk zijn om de bestemmingsplannen 'Weginfrastructuur omgeving Eindhoven-Noordwest, Oirschot en Best' vast te stellen. De plannen zoals deze er nu liggen zijn immers in strijd met de regels voor het NNB. Vaststelling is dus alleen mogelijk wanneer de kaart van de Verordening ruimte zodanig is aangepast, dat het plan er niet langer mee in strijd is.

Om aanvaardbare en wenselijke wijzigingen in de grenzen van het NNB in het kader van een gemeentelijk plan mogelijk te maken, bevat de verordening in artikel 5.3 een regeling waarbij wij onder voorwaarden deze grenzen kunnen wijzigen op verzoek.

In artikel 36.5 is de procedure hiervoor opgenomen. Deze strekt ertoe, dat wij kennis kunnen nemen van zienswijzen over de nieuwe NNB-grenzen, voordat wij hierover een besluit nemen. Omwille van overzichtelijkheid en ter voorkoming van vertraging in de gemeentelijke besluitvorming is bepaald dat hiervoor gelegenheid wordt geboden tegelijkertijd met de terinzagelegging van de ontwerp-bestemmingsplannen.

3.2 Natuurcompensatie

Indien het Natuur Netwerk Brabant aangepast moet worden ten behoeve van een plan, dient de aantasting van de natuur te worden gecompenseerd. Dit kan op de volgende manieren, een combinatie is ook mogelijk:

  • fysiek:
    Elders wordt door een initiatiefnemer nieuwe natuur gerealiseerd en in stand gehouden. Bij de berekening van de omvang van de compensatie wordt rekening gehouden met de leeftijd en ontwikkelingstijd van de natuur die wordt aangetast. Omdat het enige tijd zal duren voor de nieuwe natuur 'volwassen' is, komt er een toeslag bovenop de oppervlakte aangetaste natuur.
  • financieel:
    Er wordt een berekening gemaakt van de kosten van compensatie en het bedrag dat hieruit volgt wordt gestort in een provinciaal Groenontwikkelfonds. Dit wordt gebruikt om gronden in het NNB aan te kopen en daar natuur te realiseren.

De voorschriften voor natuurcompensatie zijn te vinden in bijlage 1 "Relevante artikelen Verordening ruimte". De volledige tekst van deze artikelen is opgenomen in de bijlage bij de toelichting.

3.3 Bijkomende wijzigingen

3.3.1 Wijziging van andere structuur door aanpassing Natuur Netwerk Brabant

In de Verordening ruimte wordt de ruimtelijke hoofdstructuur gevormd door het bestaand stedelijk gebied, het Natuur Netwerk Brabant, de groenblauwe mantel en het gemengd landelijk gebied. Deze structuren sluiten op elkaar aan en overlappen niet.

Dit betekent dat een wijziging in één van deze legenda-eenheden ook gevolgen heeft voor de aangrenzende structuur. Er kan niet volstaan worden met het verwijderen van het NNB, dit zou namelijk een 'witte vlek' in de kaart opleveren - er moet op die plek ook een nieuwe legendaeenheid aan worden toegekend.

De hoofdregels voor toekenning van het vlak waar het NNB is verwijderd zijn als volgt:

  • 1. het vlak grenst ergens aan de groenblauwe mantel: het vlak wordt toegevoegd aan de groenblauwe mantel;
  • 2. het vlak raakt geen groenblauwe mantel, maar wel bestaand stedelijk gebied: het vlak wordt toegevoegd aan bestaand stedelijk gebied;
  • 3. het vlak was volledig omringd door gemengd landelijk gebied: het wordt toegevoegd aan gemengd landelijk gebied.
  • 4. het vlak wordt volledig omringd door NNB: de toekenning van de aanduiding is maatwerk.

In deze 'afgeleide' wijzigingen wordt bij deze herbegrenzing ook voorzien.

3.3.2 Wijziging van aanduidingen

Een aantal aanduidingen zijn niet relevant binnen het NNB. Dit is het geval voor Beperkingen veehouderij. Daarom wordt deze aanduiding ook meteen in dit besluit verwijderd.

3.4 Regels Verordening ruimte 2014 raadplegen

De wijziging heeft alleen betrekking op de begrenzingen van een beperkt aantal structuren en/of aanduidingen in de Verordening ruimte. Daarom dient naast dit wijzigingsbesluit ook altijd de Verordening ruimte te worden geraadpleegd:

  • voor de regels die van toepassing zijn op de gronden die bij dit besluit zijn aangeduid als bestaand stedelijk gebied, groenblauwe mantel en gemengd landelijk gebied;
  • omdat er nog andere aanduidingen en dus regels op dezelfde locatie van toepassing kunnen zijn.

Bijlage(n)

Bijlage 1 Relevante artikelen Verordening ruimte

Hoofdstuk 1 Wijziging van het Natuur Netwerk Brabant

Artikel 5.3 Wijziging van de begrenzing op verzoek met toepassing nee-tenzij principe

  • 1. Gedeputeerde Staten kunnen de begrenzing van het Natuur Netwerk Brabant op verzoek van de gemeente wijzigen in geval van een ruimtelijke ontwikkeling met toepassing van het nee-tenzij principe.
  • 2. Een verzoek om herbegrenzing, als bedoeld in het eerste lid, gaat vergezeld van een bestemmingsplan waaruit blijkt dat:
    • a. er sprake is van een groot openbaar belang;
    • b. er voor de ontwikkeling geen alternatieve locaties voorhanden zijn buiten het Natuur Netwerk Brabant;
    • c. er geen andere oplossingen voorhanden zijn waardoor de aantasting van Natuur Netwerk Brabant wordt voorkomen;
    • d. de negatieve effecten waar mogelijk worden beperkt en de overblijvende, negatieve effecten worden gecompenseerd, waarbij wordt voldaan aan de regels inzake het compenseren als bedoeld in artikel 5.6 (compensatieregels).
  • 3. In afwijking van het bepaalde in het tweede lid is bij ruimtelijke ontwikkelingen binnen een omheind militair terrein alleen het tweede lid, onder d, van toepassing.
  • 4. Aan het onderzoek naar alternatieve locaties bedoeld in het tweede lid, onder b, liggen de volgende uitgangspunten ten grondslag:
    • a. gezocht wordt naar alternatieve locaties binnen de gemeente en in omliggende gemeenten;
    • b. een alternatieve locatie moet overwegend dezelfde functie kunnen vervullen;
    • c. tijdverlies en meerkosten ten gevolge van de ontwikkeling van een alternatieve locatie zijn op zichzelf geen reden om dat alternatief af te wijzen.
  • 5. Artikel 3.2 (kwaliteitsverbetering van het landschap) is niet van toepassing op een bestemmingsplan als bedoeld in het tweede lid.
  • 6. Op een verzoek als bedoeld in het eerste lid is artikel 36.5 (procedure grenswijziging op verzoek) van toepassing.

Artikel 5.6 Compensatie

  • 1. De op grond van de verordening verplichte compensatie vindt, naar keuze, plaats door:
    • a. fysieke compensatie, overeenkomstig artikel 5.7;
    • b. financiële compensatie, overeenkomstig artikel 5.8.
  • 2. De omvang van de compensatie wordt bepaald door de omvang van het vernietigde of verstoorde areaal en de ontwikkeltijd van de aangetaste natuur, conform de volgende indeling:
    • a. natuur met een ontwikkeltijd van 5 jaar of minder: geen toeslag;
    • b. tussen 5 en 25 jaar te ontwikkelen natuur: toeslag van 1/3 in oppervlak;
    • c. tussen 25 en 100 jaar te ontwikkelen natuur: toeslag van 2/3 in oppervlak;
    • d. bij een ontwikkelingsduur van meer dan 100 jaar: de toeslag in oppervlak is maatwerk;
    • e. bij verstoring van natuur: maatwerk.

Artikel 5.7 Aanvullende regels voor fysieke compensatie

  • 1. De fysieke compensatie vindt plaats in:
    • a. de niet gerealiseerde delen van het Natuur Netwerk Brabant;
    • b. de niet gerealiseerde ecologische verbindingszones.
  • 2. In afwijking van het eerste lid kan fysieke compensatie ook plaatsvinden in, aansluitend op of nabij het aangetaste gebied indien een wijziging van de begrenzing plaatsvindt met toepassing van de saldobenadering als bedoeld in artikel 5.4.
  • 3. Een bestemmingsplan als bedoeld in de artikel 5.1, zesde lid, artikel 5.3, tweede lid, artikel 5.4, tweede lid en artikel 5.5, tweede lid, borgt de uitvoering van de compensatie;
  • 4. De toelichting bij een bestemmingsplan als bedoeld in het derde lid bevat een verantwoording over:
    • a. de omvang van het netto verlies aan ecologische waarden en kenmerken en op welke locatie dat optreedt;
    • b. de locatie waar en de wijze waarop het netto verlies, genoemd onder a, wordt gecompenseerd;
    • c. de kwaliteit en kwantiteit van de compensatie;
    • d. de termijn van uitvoering;
    • e. de inhoud en realisatie van de voorgenomen mitigerende en compenserende maatregelen;
    • f. het reguliere- en ontwikkelingsbeheer.
  • 5. De uitvoering van de fysieke compensatie wordt binnen drie jaar na onherroepelijk worden van het bestemmingsplan als bedoeld in het derde lid afgerond.
  • 6. In aanvulling op het vijfde lid, wordt indien sprake is van een aantasting van bedreigde soorten of hun leefgebied, de uitvoering van de compensatie in ieder geval afgerond op het moment dat de aantasting daadwerkelijk start.
  • 7. In afwijking van het vijfde lid, kan indien er sprake is van een omvangrijke en zware compensatieverplichting, de uitvoering van de compensatie een termijn van maximaal tien jaar bedragen, gerekend vanaf het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan.
Hoofdstuk 2 Procedure wijziging op verzoek

Artikel 36.5 Procedure wijziging van grenzen op verzoek

  • 1. Het voornemen om een verzoek te doen als bedoeld in artikelen 4.12, 5.3, 5.4, 5.5, 6.18, 8.3, 9.3, 11.2, tweede lid, 12.2, 13.2, derde lid, 14.2, vierde lid, 18.2, derde lid, 19.2, derde lid, 20.2, derde lid, en 25.2, maakt deel uit van de uniforme openbare voorbereidingsprocedure van een bestemmingsplan, waarbij in het ontwerp bestemmingsplan, indien van toepassing, de volgende gebiedsaanduidingen worden opgenomen:
    • a. gebiedsaanduiding: overig – in Verordening ruimte toe te voegen [naam gebiedscategorie];
    • b. gebiedsaanduiding: overig – in Verordening ruimte te verwijderen[naam gebiedscategorie];
    • c. gebiedsaanduiding – vanwege natuurcompensatie te realiseren natuur, beheertype [landelijke code].
  • 1. Een verzoek wordt na afloop van de terinzagelegging bedoeld in artikel 3:11 van de Algemene wet bestuursrecht, bij Gedeputeerde Staten ingediend en gaat vergezeld van een beschrijving waaruit blijkt dat is voldaan aan de in deze verordening gestelde voorwaarden waaronder wijziging van de begrenzing mogelijk is en, in voorkomende gevallen, van naar voren gebrachte zienswijzen.
  • 2. Gedeputeerde Staten beslissen binnen vier weken na ontvangst van een verzoek als bedoeld eerste lid.
  • 3. Een bestemmingsplan ten behoeve waarvan de gemeente een verzoek om wijziging van de begrenzing heeft gedaan, wordt vastgesteld nadat Gedeputeerde Staten hebben besloten tot wijziging van de begrenzing.