direct naar inhoud van Besluittekst
Plan: Reactieve aanwijzing tav Buitengebied Noord Bergen op Zoom
Status: vastgesteld
Plantype: reactieve aanwijzing
IMRO-idn: NL.IMRO.9930.ra0748bgNoordBopZ-va01

Besluittekst

Hoofdstuk 1 Inleidende overwegingen

1.1. Raadsbesluit

Op 15 april 2014 hebben wij het besluit van 14 april 2014 met betrekking tot de vaststelling van het bestemmingsplan “Buitengebied Noord” ontvangen. Dit besluit gaat vergezeld van een nota van zienswijzen en door de raad aangenomen amendementen. De plankaarten en regels zoals deze zouden zijn vastgesteld zijn ons niet (tijdig) ter beschikking gesteld.

1.2. Reactieve aanwijzing

Gelet op de provinciale belangen die in het geding zijn, vinden wij het noodzakelijk overeenkomstig artikel 3.8 lid 6 Wet ruimtelijke ordening een aanwijzing te geven tegen dit plan. De aan dit besluit ten grondslag liggende feiten, omstandigheden en overwegingen die ons beletten het betrokken provinciaal belang met inzet van andere aan ons toekomende bevoegdheden te beschermen, geven wij hieronder weer.

Dit aanwijzingsbesluit strekt ertoe dat het onderdeel van het bestemmingsplan waartegen van onze zijde bezwaren bestaan geen deel blijft uitmaken van het bestemmingsplan zoals het is vastgesteld. Ons besluit treedt op het moment van de bekendmaking in werking. Zodra ons aanwijzingsbesluit onherroepelijk is geworden, vervalt het vaststellingsbesluit voor dat onderdeel van het bestemmingsplan.

1.3. Inzet aanwijzingsbevoegdheid

Conform het bepaalde in de wet is een afweging vereist waarom het provinciaal belang niet met de inzet van andere aan ons toekomende instrumenten is beschermd.

In dit verband heeft de provincie de hoofdlijnen van het provinciaal ruimtelijk beleid tot 2025 vast gelegd in de Structuurvisie Ruimtelijke Ordening. De te beschermen provinciale ruimtelijke belangen zijn vastgelegd in de Verordening ruimte. Voor de inhoudelijke afweging of er provinciale belangen in het geding zijn, baseren wij ons op de Verordening ruimte 2014 (hierna: Vr).

Voor de inhoudelijke afweging of er provinciale belangen in het geding zijn, baseren wij ons op de Vr zoals deze gold op het moment van vaststelling van het bestemmingsplan.

Daarbij zien wij de 'reactieve aanwijzing' als een slagvaardig en effectief middel om inwerkingtreding van een bestemmingsplan(onderdeel) tegen te houden wegens strijdigheid met een of meer regels van de Vr.

Wij achten ons bevoegd om, indien het provinciaal belang dat vergt, de reactieve aanwijzing in te zetten voor die zaken die in de Vr zijn beschreven.

Wij vinden het ook van belang dat bij het gebruik van dit instrument voor een ieder via www.ruimtelijkeplannen.nl direct kenbaar is waar plandelen niet in werking zijn getreden en welke overwegingen daarbij een rol spelen. Hier komt nog bij, dat wij de reactieve aanwijzing een aanmerkelijk doelmatiger en efficiënter instrument vinden dan de inzet van beroep en het in voorkomende gevallen vragen van een voorlopige voorziening, met name waar het afwijkingsbevoegdheden in het bestemmingsplan betreft, zoals zich ook in deze aanwijzing voordoet.

De provinciale belangen zijn ook specifiek voor dit bestemmingsplan uiteengezet en kenbaar gemaakt. Onze directie Ruimtelijke Ontwikkeling en Handhaving heeft daartoe bij brief van 28 maart 2013, nr. C2107124/3344951, een vooroverlegreactie uitgebracht over het voorontwerp van dit plan. Vervolgens hebben wij een zienswijze tegen het ontwerp bestemmingsplan ingediend bij brief van 4 november 2013, nr. C2130092/3841927.Daarnaast is in de periode tussen het geven van het directie advies en het vaststellen van het bestemmingsplan, op ambtelijk niveau overleg gevoerd met de gemeente omtrent de provinciale belangen die in het bestemmingsplan in het geding zijn. In mei 2014 heeft nog een ambtelijk overleg plaatsgevonden naar aanleiding van het vastgestelde plan.

Gelet op het voorgaande zijn wij van mening dat de inzet van andere aan ons toekomende bevoegdheden in dit geval niet mogelijk was en dat de in het geding zijnde provinciale belangen genoegzaam bij de gemeenteraad bekend zijn.

Ons is gebleken dat bij de vaststelling van het bestemmingsplan (op onderdelen) desondanks onvoldoende rekening is gehouden met provinciale belangen. Bij een ongewijzigde inwerkingtreding van het bestemmingsplan zullen deze belangen worden geschaad.

1.4. Termijn reactieve aanwijzing

De reactieve aanwijzing is gericht tegen het vastgestelde bestemmingsplan. Voor het beoordelen van dit plan, het juist formuleren van de aanwijzingen en het correct digitaliseren van de reactieve aanwijzing dienen wij te kunnen beschikking over de digitale versie van het vastgestelde plan. Uit jurisprudentie hierover volgt dat wij ook na de wettelijke termijn van zes weken na het raadsbesluit nog een reactieve aanwijzing mogen geven, indien het digitale plan niet onverwijld na vaststelling van het plan aan ons ter beschikking wordt gesteld.

Overigens geldt dit ook indien er na het ter beschikking komen van het authentieke plan op www.ruimtelijkeplannen.nl vanuit het provinciaal belang gezien relevante verschillen in dat authentieke plan blijken te zitten ten opzichte van de bestanden die wij eerder hebben gehad. Dit kan er dan toe leiden dat er alsnog een aanwijzing of een aanvulling daarop volgt.

Wij hebben op 2 mei de beschikking gekregen over digitale bestanden van het plan. Vanaf die datum is het plan beschikbaar via www.ruimtelijkeplannen.nl.

Gelet op de omvang en complexiteit van het plan en nog verwachte aanpassingen was het niet haalbaar om binnen de wettelijke termijn gerekend vanaf het raadsbesluit tot vaststelling van de reactieve aanwijzing over te gaan. Wij hebben daarom 6 weken aangehouden vanaf 2 mei.

Het besluit omtrent de aanwijzing hebben wij hiermee naar onze mening zo spoedig als redelijkerwijs mogelijk genomen.

Hoofdstuk 2 Aanwijzing(-en) t.a.v. begrenzing

2.1. Aanwijzing t.a.v. splitsing van het bouwvlak voor wonen op het perceel Burgemeester Elkhuizenlaan 59a te Halsteren

Het aparte bouwvlak Burgemeester Elkhuizenlaan 59a dat bij de vaststelling van het bestemmingsplan is opgenomen als afsplitsing van het perceel Burgemeester Elkhuizenlaan 59 treedt niet in werking

2.1.1 Motivering

Bij amendement 1 sub 12 heeft de gemeenteraad het bestemmingsplan Buitengebied Noord gewijzigd vastgesteld ten aanzien van het perceel Burgemeester Elkhuizenlaan 59a. De gemeenteraad heeft besloten om de mogelijkheid te bieden de bestaande schuur op het perceel Burgemeester Elkhuizenlaan 59a te mogen herbouwen.

Deze mogelijkheid is geboden door toekenning van een nieuw zelfstandig bouwvlak van ca. 143m2 met de bestemming Wonen en de bouwaanduiding 'bijgebouwen'. Feitelijk ontstaat daarmee op het perceel Burgemeester Elkhuizenlaan 59a door middel van splitsing een nieuw bouwvlak met de functie wonen.

Het perceel ligt in de Vr buiten bestaand stedelijk gebied, in een gebied dat is aangemerkt als 'Gemengd landelijk gebied' en ook de aanduiding 'integratie stad-land' heeft.

Artikel 3 Vr, bevordering ruimtelijke kwaliteit
Artikel 3.1, lid 2a bepaalt dat bij ruimtelijke ontwikkelingen buiten bestaand stedelijk gebied gebruik gemaakt dient te worden van bestaande bouwpercelen, tenzij in de verordening uitdrukkelijk anders is bepaald.

Artikel 7 Vr, structuur gemengd landelijk gebied
Artikel 7.7, lid 1 onder a. van de Vr bepaalt onder andere dat nieuwbouw van een burgerwoning in gemengd landelijk gebied is uitgesloten. Op dit verbod zijn een aantal uitzonderingen opgenomen voor bedrijfswoningen, het behoud van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing en ruimte-voor-ruimtewoningen. In deze situatie is echter geen sprake van feiten of omstandigheden die het toekennen van dit nieuwe bouwvlak rechtvaardigen.

Dat betekent dat sprake is van het toekennen van een nieuw bouwvlak ten behoeve van de woonfunctie in strijd met artikelen 3.1, lid 2a en 7.7, lid 1a Vr.
Op grond van artikel 3.1, lid 2a kan immers bij een ruimtelijke ontwikkeling enkel gebruik worden gemaakt van bestaand bouwperceel en daarvan is in deze situatie geen sprake. Op grond van artikel 7.7, lid 1a is nieuwbouw van een burgerwoning ook niet toegestaan. Weliswaar heeft het bouwvlak ook de bouwaanduiding 'bijgebouw', maar hiermee is het gelet op de plansystematiek niet uitgesloten dat hier alsnog een woning ontstaat gelet op artikel 17.2.1 onder c. Binnen de bestemming wonen is binnen elk bouwvlak het oprichten van een woning mogelijk. Daarnaast mag hier, vanwege de aanuiding 'bijgebouwen' ook een gebouw van meer dan 100m2 worden opgericht zonder dat er binnen het bouwvlak een hoofdgebouw of woning aanwezig is. Gelet op de formulering van de regels van artikel 17 zijn de bouwmogelijkheden hiertoe echter niet beperkt.
Ook kan het nieuwe bouwvlak in de toekomst worden uitgebreid of benut voor vestiging van een andere functie omdat het dan beschouwd zou worden als een bestaand bouwperceel dat daarvoor in aanmerking komt. Dit achten wij onwenselijk en is ook de belangrijkste reden dat de Vr vestiging van nieuwe bouwvlakken tegengaat.

Artikel 1 Vr, begripsbepalingen
Artikel 1.75 definieert een stedelijke ontwikkeling als een nieuw ruimtebeslag dan wel uitbreiding of wijziging van bestaand ruimtebeslag ten behoeve van een samenhangende structuur van stedelijke functies.

Hoofdstuk 9 Vr, aanduiding integratie stad-land
Artikel 9.1 bepaalt dat binnen de aanduiding integratie stad-land onder voorwaarden stedelijke ontwikkelingen plaats kunnen vinden.

Een enkele woning kan niet beschouwd worden als een stedelijke ontwikkeling in het kader van integratie stad land zoals bedoeld in artikelen 1.75 en 9.1 Vr. Bij het toekennen van deze ene woning is er bovendien geen sprake van een samenhangende ruimtelijke structuur van stedelijke functies. Verder wordt geen invulling gegeven aan de voorwaarden met betrekking tot ontwikkeling van landschappelijke waarden en het respecteren van bestaande ruimtelijke structuren en kwaliteiten.

Artikel 9.2 maakt onder voorwaarden nieuwbouw van een woning in een bebouwingsconcentratie mogelijk. Hieraan is bij dit plan echter niet voldaan.
Ook de regels voor integratie stad-land maken dus het toekennen van dit nieuw bouwvlak voor woondoeleinden niet mogelijk.

2.2. Aanwijzing t.a.v. een nieuw bouwvlak voor wonen op het perceel hoek Steenbergseweg/ De Mère te Lepelstraat

Het bouwvlak op het perceel hoek Steenbergseweg/ De Mère te Lepelstraat zoals bedoeld in amendement 1 sub 18 treedt niet in werking.

2.2.1 Motivering

Bij amendement heeft de gemeenteraad het bestemmingsplan Buitengebied Noord gewijzigd vastgesteld ten aanzien van het perceel hoek Steenbergseweg/ De Mère te Lepelstraat zoals bedoeld in amendement 1 sub 18. De gemeenteraad heeft besloten om de mogelijkheid te bieden een extra woning ter plaatse mogelijk te maken en heeft daartoe op het genoemd perceel een nieuw bouwvlak met de functie wonen toegekend.

Het perceel ligt in de Vr buiten bestaand stedelijk gebied, in een gebied dat is aangemerkt als 'Gemengd landelijk gebied' en ook de aanduiding 'integratie stad-land' heeft.

Artikel 3 Vr, bevordering ruimtelijke kwaliteit
Artikel 3.1, lid 2a bepaalt dat bij ruimtelijke ontwikkelingen buiten bestaand stedelijk gebied gebruik gemaakt dient te worden van bestaande bouwpercelen, tenzij in de verordening uitdrukkelijk anders is bepaald.

Artikel 7 Vr, structuur gemengd landelijk gebied
Artikel 7.7, lid 1 onder a. van de Vr bepaalt onder andere dat nieuwbouw van een burgerwoning in gemengd landelijk gebied is uitgesloten. Op dit verbod zijn een aantal uitzonderingen opgenomen voor bedrijfswoningen, het behoud van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing en ruimte-voor-ruimtewoningen. In deze situatie is echter geen sprake van feiten of omstandigheden die het toekennen van dit nieuwe bouwvlak rechtvaardigen.

Dat betekent dat sprake is van het toekennen van een nieuw bouwvlak ten behoeve van de woonfunctie in strijd met artikelen 3.1, lid 2a en 7.7, lid 1a Vr.
Op grond van artikel 3.1, lid 2a kan immers bij een ruimtelijke ontwikkeling enkel gebruik worden gemaakt van bestaand bouwperceel en daarvan is in deze situatie geen sprake. Op grond van artikel 7.7, lid 1a is nieuwbouw van een burgerwoning ook niet toegestaan.
Ook kan het nieuwe bouwvlak in de toekomst worden uitgebreid en/of benut voor vestiging van een andere functie omdat het dan beschouwd zou worden als een bestaand bouwperceel dat daarvoor in aanmerking komt. Dit achten wij onwenselijk en is ook de belangrijkste reden dat de Vr vestiging van nieuwe bouwvlakken tegengaat.

Artikel 1 Vr, begripsbepalingen
Artikel 1.75 definieert een stedelijke ontwikkeling als een nieuw ruimtebeslag dan wel uitbreiding of wijziging van bestaand ruimtebeslag ten behoeve van een samenhangende structuur van stedelijke functies.

Artikel 9 Vr, aanduiding integratie stad-land
Artikel 9.1 bepaalt dat binnen de aanduiding integratie stad-land onder voorwaarden stedelijke ontwikkelingen plaats kunnen vinden.

Een enkele woning kan niet beschouwd worden als een stedelijke ontwikkeling in het kader van integratie stad land zoals bedoeld in artikelen 1.75 en 9.1 Vr. Bij het toekennen van deze ene woning is er bovendien geen sprake van een samenhangende ruimtelijke structuur van stedelijke functies. Verder wordt geen invulling gegeven aan de voorwaarden met betrekking tot ontwikkeling van landschappelijke waarden en het respecteren van bestaande ruimtelijke structuren en kwaliteiten.

Artikel 9.2 maakt onder voorwaarden nieuwbouw van een woning in een bebouwingsconcentratie mogelijk. Hieraan is bij dit plan echter niet voldaan.
Ook de regels voor integratie stad-land maken dus het toekennen van dit nieuw bouwvlak voor woondoeleinden niet mogelijk.

2.3. Aanwijzing t.a.v. een nieuw bouwvlak voor opslag van mest op het perceel Oude Beijmoerseweg 6 te Halsteren

Het bouwvlak op het perceel het perceel Oude Beijmoerseweg 6 te Halsteren zoals bedoeld in amendement 1 sub 20 treedt niet in werking.

2.3.1 Motivering

Bij amendement heeft de gemeenteraad het bestemmingsplan Buitengebied Noord gewijzigd vastgesteld ten aanzien van het perceel Oude Beijmoerseweg 6 te Halsteren zoals bedoeld in amendement 1 sub 20. De gemeenteraad heeft besloten een nieuw bouwvlak ter plaatse toe te kennen ten behoeve van de opslag van mest. Het bouwvlak is dan ook voorzien van de functieaanduiding 'specifieke vorm van agrarisch met waarden - mestopslag'.

Artikel 3 Vr, bevordering ruimtelijke kwaliteit
Artikel 3.1, lid 2a bepaalt dat bij ruimtelijke ontwikkelingen buiten bestaand stedelijk gebied gebruik gemaakt dient te worden van bestaande bouwpercelen, tenzij in de verordening uitdrukkelijk anders is bepaald.

Wij constateren dat in dit geval sprake is van een ruimtelijke ontwikkeling waarbij in strijd met artikel 3.1, lid 2a geen gebruik wordt gemaakt van een bestaand bouwperceel. Er is geen sprake van feiten of omstandigheden die het nieuwe bouwvlak rechtvaardigen. Dat het in dit geval om een mestopslag gaat doet hier niets aan af.
In de toekomst kan dit nieuwe bouwvlak weer benut worden voor uitbreiding en/of de vestiging van een andere functie omdat het dan beschouwd zou worden als een bestaand bouwperceel dat daarvoor in aanmerking komt. Dit achten wij onwenselijk en is ook de belangrijkste reden dat de Vr vestiging van nieuwe bouwvlakken tegengaat.

Hoofdstuk 3 Aanwijzing(-en) t.a.v. de regels van artikel 3 Agrarisch

3.1. Aanwijzing t.a.v. de specifieke gebruiksregels in verband met omschakeling naar veehouderij

De specifieke gebruiksregels artikel 3.4.1, sub n en sub p treden voor wat betreft de zinsnede “intensieve” niet in werking

3.1.1 Motivering

De gemeenteraad van Bergen op Zoom heeft willen voldoen aan de regels met betrekking tot zorgvuldige veehouderij uit de Vr, maar wij constateren dat de regels niet helemaal aan de Vr voldoen.

Zorgvuldige veehouderij
Artikel 6.3 bevat regels die bepalen onder welke voorwaarden veehouderijen in de Groenblauwe Mantel kunnen uitbreiden of vestigen of omschakeling naar een veehouderij mogelijk is.
Voor het Gemengd Landelijk Gebied bevat artikel 7.3 een gelijkluidende bepaling.

Artikel 34 bevat naast rechtstreeks werkende regels ten aanzien van zorgvuldige veehouderij tevens de verplichting voor gemeenten om hun bestemmingsplannen in overeenstemming te brengen met de Vr voor wat betreft zorgvuldige veehouderij.

De regels van het bestemmingsplan zijn echter beperkt tot een verbod voor uitbreiding van en omschakeling naar intensieve veehouderijen en intensieve geiten- of schapenhouderijen. Daarom zijn deze regels deels in strijd met bovengenoemde bepalingen van de Vr. Teneinde deze strijdigheid op te heffen volstaat het geven van een reactieve aanwijzing ten aanzien van het woord “intensieve” in artikel 3.4.1, sub n en sub p.

Hoofdstuk 4 Aanwijzing(-en) t.a.v. artikel 4 Agrarisch met waarden - cultuurhistorie en landschap

4.1. Aanwijzing t.a.v. specifieke gebruiksregels in verband met omschakeling naar veehouderij

De specifieke gebruiksregel artikel 4.4.1, sub n en sub p treden voor wat betreft de zinsnede “intensieve” niet in werking

4.1.1 Motivering

Voor deze aanwijzing geldt dezelfde motivering als voor de aanwijzing genoemd onder 3.1. Wij verwijzen daarom naar 3.1.1 Motivering.

Hoofdstuk 5 Aanwijzing(-en) t.a.v. artikel 5 Agrarisch met waarden - openheid en cultuurhistorie

5.1. Aanwijzing t.a.v. specifieke gebruiksregels in verband met omschakeling naar veehouderij

De specifieke gebruiksregels artikel 5.4.1, sub n en sub p treden voor wat betreft de zinsnede “intensieve” niet in werking

5.1.1 Motivering

Voor deze aanwijzing geldt dezelfde motivering als voor de aanwijzing genoemd onder 3.1. Wij verwijzen daarom naar 3.1.1 Motivering.

Hoofdstuk 6 Aanwijzing t.a.v. artikel 6 Agrarisch met waarden - natuur en landschap

6.1. Aanwijzing t.a.v. de specifieke gebruiksregels in verband met omschakeling naar veehouderij

De specifieke gebruiksregels artikel 6.4.1, sub n en sub p treden voor wat betreft de zinsnede “intensieve” niet in werking

6.1.1 Motivering

Voor deze aanwijzing geldt dezelfde motivering als voor de aanwijzing genoemd onder 3.1. Wij verwijzen daarom naar 3.1.1 Motivering.

Hoofdstuk 7 Aanwijzing t.a.v. artikel 7 Agrarisch met waarden - openheid

7.1. Aanwijzing t.a.v. de specifieke gebruiksregels in verband met omschakeling naar veehouderij

De specifieke gebruiksregels artikel 7.4.1, sub n en sub p treden voor wat betreft de zinsnede “intensieve” niet in werking

7.1.1 Motivering

Voor deze aanwijzing geldt dezelfde motivering als voor de aanwijzing genoemd onder 3.1. Wij verwijzen daarom naar 3.1.1 Motivering.

Hoofdstuk 8 Opzet van deze aanwijzing

8.1. Leeswijzer voor de (analoge) tekst

Deze reactieve aanwijzing is geen gewoon besluit, het is namelijk ook een digitaal plan. Dit heeft gevolgen voor de opzet van de tekst, omdat er vanuit wordt gegaan dat raadpleging plaats vindt via klikken op een locatie op de kaart, waarna de voor die locatie relevante informatie wordt getoond. De tekst is daarom zodanig ingericht, dat de aanwijzing gekoppeld kan worden aan dat onderdeel van de (digitale) kaart waarop dit betrekking heeft. Als een onderwerp waarop de aanwijzing betrekking heeft in het bestemmingsplan in de regels van verschillende bestemmingen is opgenomen, komt dit onderwerp in dit besluit in net zoveel aparte aanwijzingen terug. Zo'n aanwijzing per bestemming kan dan in de digitale versie van de reactieve aanwijzing exact gekoppeld worden aan de gronden die in het bestemmingsplan die specifieke bestemming hebben.

Net als in een bestemmingsplan is er verder geen apart onderdeel opgenomen waarin de aanwijzing(-en) nog een keer kort worden genoemd (in juridische termen: dictum). In feite fungeert elke aanwijzing op zich als een stukje besluittekst/dictum, dat gevolgd wordt door de motivering voor die specifieke locatie of regel.
De vaststelling van deze reactieve aanwijzing is opgenomen in een apart vaststellingsbesluit dat ook te raadplegen is via www.ruimtelijkeplannen.nl.